Harnassen: van levensbelang!
Vallen van hoogte is oorzaak nummer 1 van dodelijke ongevallen en ernstig letsel op de werkplek. De wetgeving rondom valbeveiliging lijkt duidelijk, maar verder dan een advies gaat het niet. De bedoeling is echter helder: valgevaar moet doeltreffend worden aangepakt!
In de praktijk wordt er nog bedroevend weinig gebruik gemaakt van lichaamsharnassen wanneer er met een hoogwerker gewerkt wordt. De problematiek rondom dit thema ligt min of meer opgesloten in de huidige Arbo wetgeving. Het Arbobesluit art. 3.16 “voorkomen valgevaar” verplicht het gebruik van lichaamsharnassen of veiligheidsgordels niet expliciet en zegt hierover het volgende:
Artikel 3.16. Voorkomen valgevaar
Bij het verrichten van arbeid waarbij valgevaar bestaat is zo mogelijk een veilige steiger, stelling, bordes of werkvloer aangebracht of is het gevaar tegengegaan door het aanbrengen van doelmatige hekwerken, leuningen of andere dergelijke voorzieningen.
Er is in elk geval sprake van valgevaar bij aanwezigheid van risicoverhogende omstandigheden, openingen in vloeren, of als het gevaar bestaat om 2,5 meter of meer te vallen.
Het eerste lid is niet van toepassing op arbeid onder omstandigheden waarin het gebruik van ladders en trappen is toegestaan als bedoeld in artikel 7.23, tweede lid.
Indien de in het eerste lid genoemde voorzieningen niet of slechts ten dele kunnen worden aangebracht of indien het aanbrengen of wegnemen daarvan grotere gevaren meebrengt dan de arbeid ter beveiliging waarvan zij zouden moeten dienen, zijn ter voorkoming van het gevaar voldoende sterke en voldoende grote vangnetten op doelmatige plaatsen en wijze aangebracht of worden doelmatige veiligheidsgordels met vanglijnen van voldoende sterkte gebruikt dan wel worden andere technische middelen toegepast, die ten minste een zelfde mate van beveiliging van de in het eerste lid bedoelde arbeid geven. Daarbij hebben maatregelen gericht op collectieve bescherming de voorrang boven maatregelen gericht op individuele bescherming.
In lid 1 wordt dus gesproken over de voorschriften waaraan de constructie van de machine dient te voldoen, de zogeheten collectieve beschermingsvoorzieningen. Lid 4 laat vervolgens volop ruimte voor het gebruik van veiligheidsgordels (lees lichaamsharnassen), zonder deze verplicht te stellen, om tenslotte in de laatste zin van lid 4 wederom de prioriteit te geven aan de collectieve beschermingsvoorzieningen.
Veilige machines
Voor alle duidelijkheid: het staat natuurlijk buiten kijf en buiten iedere discussie dat een hoogwerker eerst en vóór alles op een veilige manier geproduceerd dient te worden en hierop doelt Lid 1 van art. 3.16 dan ook. Fabrikanten die de bepalingen van de norm EN 280 naleven mogen er vanuit gaan dat zij daarmee voldoen aan de nieuwe Machinerichtlijn.
Teveel onzekerheden en risico’s
Echter, er zijn simpelweg te veel onzekere omstandigheden en factoren om het zekere niet voor het onzekere te nemen. Het gebruik van lichaamsharnassen (en andere Persoonlijke Beschermingsmiddelen), hoewel niet verplicht krachtens Arbobesluit 3.16, is gewoon een kwestie van je gezonde verstand gebruiken. Het is wel erg simpel om jezelf in gevaar te brengen onder het motto: er staat nergens expliciet dat het moet, dus ik draag geen harnas. Dit soort onbegrijpelijke en onverantwoorde reacties komen met regelmaat voor, wanneer gebruikers van hoogwerkers gevraagd wordt waarom zij geen harnas dragen. Bedieners van hoogwerkers met een verstelbare giek lopen aanzienlijke risico’s uit de werkbak gekatapulteerd te worden wanneer zich onverwachte schokbewegingen in de mast voordoen, o.a. veroorzaakt door de ondergrond waarop de hoogwerker zich bevindt of het onbedoeld in contact komen met gevaarlijke obstakels. Ook bij het laden en lossen van hoogwerkers op trailers en diepladers is er een reëel gevaar op het katapulteffect. Om dit gevaar te onderstrepen heeft branchefederatie IPAF, International Powered Access Federation, een CD uitgebracht waarin, met gebruikmaking van een ‘dummy’ met reëel lichaamsgewicht, aangetoond wordt dat een bediener zelfs al op een geringe hoogte van 2 meter uit de werkbak geslingerd wordt bij het rijden met de machine over een obstakel. IPAF heeft de CD de veelzeggende titel meegegeven: Alleen dummies dragen geen veiligheidsharnassen in hoogwerkers met verstelbare giek. Ook voert IPAF al enkele jaren intensief campagne met een speciaal voor hoogwerkerverhuurbedrijven ontworpen sticker die het gebruik van harnassen in hoogwerkers met verstelbare giek dringend aanraadt.
Uitgave instructieblad
Een internationale werkgroep van organisaties van fabrikanten en verhuurders van hoogwerkers en deskundigen, (IPAF en CPA) heeft het instructieblad ‘Veiligheidsharnassen in mobiele hoogwerkers’ uitgebracht. Hierin beveelt zij dringend aan om in de werkbak van een hoogwerker altijd een veiligheidsgordel te dragen, ondanks het feit dat de werkbak door 1,10 m hoog leuningwerk is omgeven. In dit licht bezien adviseren ook de Notified Bodies Aboma+Keboma + SGS Nederland om in de werkbak van een hoogwerker altijd een veiligheidsgordel (lees lichaamsharnas) te gebruiken, maar geen doorsnee gordel met een veiligheidslijn van 2m. Met die combinatie kun je toch nog ongeveer 5m vallen, met het gevaar in aanraking te komen met obstakels onderweg of met de grond. Bijkomende gevaren bij een val met deze combinatie zijn:
een moeizamere redding, terwijl tijd dan een belangrijke factor is (voorkomen van geblokkeerde bloedcirculatie);
een te grote schokbelasting op de bevestigingspunten aan de werkbak en het mogelijk bezwijken hiervan;
een te grote schokbelasting op de werkbak (met gevaar van kantelen van de hoogwerker).
Het aanlijnkoord van het harnas moet daarom zo kort zijn, bij voorkeur niet langer dan 1 meter, dat je het werk wel kunt uitvoeren, maar niet uit de bak kunt vallen. De lijn mag in lengte instelbaar zijn. De werkbak moet voldoende mogelijkheden bieden om het aanlijnkoord te kunnen bevestigen aan daarvoor speciaal aangebrachte ankerpunten. Dit draagadvies geldt voor alle hoogwerkers met een verstelbare giek en in de regel niet voor schaarhoogwerkers en hefsteigers en dient te allen tijde gebaseerd te zijn op het uitvoeren van een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI +E) voorafgaand aan de uit te voeren werkzaamheden. •
Bron:
Aboma+Keboma - IPAF Benelux
«««